Algemeen overleg Tweede Kamer over tunnelveiligheid

Op dinsdag 24 mei vond in de Tweede Kamer een Algemeen Overleg over Tunnelveiligheid plaats. De vaste Kamercommissie van Infrastructuur en Milieu ging met minister Schultz de discussie aan over de door haar voorgestelde tunnelaanpak. Eén van de gespreksonderwerpen betrof de verdeling van verantwoordelijkheden tussen Rijk en gemeenten. De heren Koopmans (CDA) en Aptroot (VVD) waren van mening dat de verantwoordelijkheden volledig bij het Rijk zouden moeten komen te liggen, ook voor wat betreft de openstellingvergunning. Minister Schultz was duidelijk een andere mening toegedaan, omdat gemeenten verantwoordelijkheid dragen voor de rampenbestrijding en in het kader van de omgevingsvergunning, en daarom ook ‘moeten gaan' over het al dan niet openstellen van een tunnel.

Normstelling
Over de in het wetsvoorstel (Voorstel tot wijziging van de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels) opgenomen normstelling zijn door de Kamerleden veel vragen gesteld. Wil Nederland het beste jongetje van de klas zijn? Stellen we in Nederland hogere eisen dan de Europese richtlijnen over tunnelveiligheid? Minister Schultz antwoordde dat de in het wetsvoorstel opgenomen veiligheidsnorm gebaseerd is op de norm in Oostenrijk. Bepaalde elementen ontstijgen dit niveau omdat die al jaren gangbaar zijn in ons land, zoals bijvoorbeeld een kortere afstand tussen brandslanghaspels. Aan het eind van het debat heeft de minister toegezegd de Kamer per brief te informeren met een overzicht waarin een vergelijking tussen de Nederlandse en de Europese eisen is gemaakt, inclusief een inschatting van de kosten en de overwegingen die aan de betreffende Nederlandse eisen ten grondslag liggen.

Scenarioanalyse
Arie Slob (Christenunie) heeft zich hard gemaakt voor het behoud van de zogeheten scenarioanalyse, waarmee onder andere het beeld van de brandweer bij een tunnelontwerp aan de orde komt. De NVBR heeft zich hiervoor ook hard gemaakt in haar gezamenlijke reactie met GHOR Nederland over het wetsvoorstel, dat door het Veiligheidsberaad is overgenomen en aan het departement is gestuurd. Minister Schultz was van mening dat een scenarioanalyse een ‘sluitstuk' moet zijn: deze analyse zou aan het eind van een tunnelproject onder verantwoordelijkheid van de lokale overheid moeten worden opgesteld en onderdeel moeten gaan worden van het veiligheidsbeheersplan. Daarin kunnen dan de mogelijkheden c.q. onmogelijkheden voor de hulpdiensten worden beschreven. Eventuele veiligheidsmaatregelen die dan uit zo'n scenarioanalyse voortkomen, kunnen dan echter niet meer ‘aan de voorkant' (in het ontwerp) worden meegenomen.

Standaarden en maatwerk
Tevens gaf de minister aan dat er nog ruimte voor maatwerk mogelijk is, omdat er ten gevolge van het wetsvoorstel geen ‘standaardtunnels' zullen ontstaan. Zij wil namelijk het proces standaardiseren, evenals de maatregelpakketten. Ze is van mening dat daarbij aandacht moet zijn voor de situatie buiten de tunnel. De standaard-maatregelpakketten komen er overigens alleen voor Rijkstunnels. ‘Als gemeenten die tunnels beheren de systematiek en standaardpakketten wensen te kopiëren, dan zijn de gemeenten daar vrij in', aldus Schultz.

Kennis en onderwijs
Een Kamermeerderheid was het erover eens dat tunnelprojecten zeer specifieke kennis vereisen, en dat deze momenteel niet goed geborgd is in het reguliere (hoger) onderwijs. Schultz heeft toegezegd hierover met hogescholen in gesprek te gaan. Daarnaast is zij voornemens een ‘kennisplatform' in te richten. Hoe dit kennisplatform eruit komt te zien, is nog niet bekend.

Afschaffen Commissie Tunnelveiligheid en Veiligheidsbeambte
De kamerleden Verhoeven en Slob hebben de nodige vraagtekens gezet bij het afschaffen van de Commissie Tunnelveiligheid en bij de onafhankelijkheid van de veiligheidsbeambte. Wat gebeurt er met de kennis die is opgebouwd binnen de Commissie Tunnelveiligheid? De minister is van mening dat door de standaardisatie van veiligheidsvoorzieningen de commissie niet meer nodig is. ‘Tunnelveiligheid is straks vooral het kiezen van het juiste pakket aan veiligheidsvoorzieningen. Hiervoor is geen commissie meer nodig. De kenniscomponent wordt ondergebracht bij het nog in te richten kennisplatform', aldus de minister. De tunnelveiligheidsbeambte zal volgens de minster in de wet nadrukkelijk als onafhankelijk orgaan worden benoemd. Dat de veiligheidsbeambte voor de rijkstunnels in dienst is van Rijkswaterstaat hoeft volgens de minister niet te betekenen dat deze figuur niet onafhankelijk kan functioneren. Het instellen van één veiligheidsbeambte voor alle tunnels is op basis van de Europese richtlijn niet nodig.

Minister Schultz stuurt het wetsvoorstel nog voor de zomervakantie naar de Tweede Kamer.

Bron: 
nvbr.nl