Brandweer geholpen door nieuw Bouwbesluit

Een maand geleden heeft minister Donner (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) het nieuwe Bouwbesluit aan de Tweede Kamer aangeboden. Eén van de veranderingen in het nieuwe besluit is het schrappen van de verplichte doormelding bij bepaalde categorieën gebouwen. Dit betekent dat de aanwezige brandmeldinstallatie bij die gebouwen niet meer rechtstreeks naar de brandweermeldkamer hoeft door te melden.

De NVBR heeft onderzoek naar de consequenties hiervan laten uitvoeren door het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV). De conclusie is dat de voorgestelde wijziging van het Bouwbesluit zal bijdragen aan een aanzienlijke vermindering van het aantal nodeloze uitrukken van de brandweer, zonder dat dit gevolgen heeft voor de brandveiligheid van de burger of het veilig optreden door de brandweermensen.

 

Verouderde regelgeving

 

BZK heeft bij haar voorstel om de regels te schrappen de eventuele risico's geanalyseerd en geconcludeerd dat het niet leidt tot een risicoverhoging. Het ministerie gaf daarmee aan dat de regels dus eigenlijk verouderd en onnodig zijn. De brandweer heeft daarna meer specifiek gekeken naar de risico's die onder haar verantwoordelijkheid vallen en de eventuele consequenties voor de brandweer. Uit onderzoek is gebleken dat inderdaad in veel gevallen de verplichte doormelding aan de alarmcentrale van de brandweer niets essentieels meer toevoegt aan de brandveiligheid. Dit betreft de gebouwen waar zich zelfredzame mensen bevinden: na detectie van een brand door de brandmeldinstallatie kunnen de aanwezigen het gebouw zelf verlaten, de ontruiming organiseren of eventueel een beginnende brand zelf blussen. Daartoe hoeft men niet de komst van de brandweer af te wachten. Het Bouwbesluit 2012 handhaaft dan ook alleen de doormelding bij die categorieën gebouwen waar personen verblijven die onvoldoende zelfredzaam zijn om zichzelf in veiligheid te kunnen brengen.

 

Verantwoordelijkheid gebouweigenaren

 

De brandweer werkt al decennia lang aan het terugdringen van nodeloze uitrukken. Dat doet zij door gebouweigenaren te stimuleren om hun eigen verantwoordelijkheid voor brandveiligheid te nemen. Ook wordt al jaren gepoogd meer betrouwbare installaties op de markt te laten verschijnen en wordt ingezet op zorgvuldig beheer en het goed opleiden van personeel. Gebleken is dat dit onvoldoende vruchten afwerpt. "Deze aanpak zorgt niet voor een fundamentele afname van het aantal loze meldingen", zegt Koos Scherjon, portefeuillehouder van dit dossier bij de NVBR. Scherjon: "De brandweer rukt nog steeds zo'n 53.000 keer per jaar nodeloos uit ten gevolge van automatische meldingen. Dat is een doorn in het oog van de brandweer, want het zorgt voor afname van onze inzetbaarheid voor echte branden elders en het levert onnodige risico's op voor de verkeersveiligheid. En niet op de laatste plaats zorgt het voor afname van de motivatie van het brandweerpersoneel. Ik ben blij te kunnen concluderen dat het voorstel van het ministerie substantieel bijdraagt aan het terugdringen van nodeloze uitrukken zonder dat het invloed heeft op de veiligheid van burgers en brandweer."

De vermindering van het aantal verplichte doormeldingen zal op termijn (naar verwachting over 5 jaar) een vermindering van zo'n 30.000 loze meldingen per jaar betekenen. Er is dus sprake van een aanzienlijke bijdrage aan de wens van de NVBR om het aantal loze meldingen drastisch te verminderen. De brandweer kan zo effectiever optreden en meer "hulp op maat" bieden aan de samenleving.

 

Uitzondering voor kleinere hotels

 

Voor één gebruikscategorie heeft de NVBR een voorbehoud gemaakt: de kleinere hotels zonder 24-uurs bewaking. Scherjon: "Het afschaffen van de doormelding bij deze objecten is op dit moment nog niet verstandig, omdat de eigen verantwoordelijk­heid nog onvoldoende verankerd is in het denken en handelen van hotelgasten. Daar zal de komende jaren eerst aan moeten worden gewerkt." De NVBR heeft met het ministerie van BZK over deze objecten overlegd om bijvoorbeeld een overgangsperiode in het Bouwbesluit op te nemen. "Wij denken aan een periode van drie jaar, waarbinnen de branche kan werken aan het brand­veiligheids­bewustzijn bij hotelgasten. De brandweer zal deze periode dan benutten om zich voor te bereiden op wat de wetswijziging betekent voor de afwegingen die de brandweer tijdens een inzet bij deze hotels moet maken", aldus Scherjon. 

 

Veel adviezen overgenomen

 

Niet alleen over het schrappen van de genoemde automatische doormeldingen is de NVBR positief, ook over vele andere onderwerpen in het Bouwbesluit. "Eind vorig jaar hebben we een uitgebreid overzicht met aanbevelingen aan het ministerie aangeboden. In de versie die onlangs aan de Tweede Kamer is aangeboden kan ik zien dat er veel van is overgenomen," zegt Scherjon verheugd. Voor enkele onderwerpen komt nog een nadere uitwerking in een zogeheten Ministeriële Regeling. "Zo'n Ministeriële Regeling gaat over belangrijke onderwerpen zoals de brandveiligheid bij portiekflats en de doorgang van rook, en kan eenvoudig -zonder tussenkomst van de Tweede Kamer- tot stand komen. Bij de uitwerking daarvan wil de NVBR graag betrokken worden."

 

Kamerverhuur en bedrijfshulpverlening

 

Voor twee onderwerpen heeft de NVBR nadrukkelijk de aandacht van het ministerie gevraagd. Zo staat in het nieuwe besluit dat kamerverhuurpanden geen brandmeldinstallatie meer hoeven te hebben. Die eis is vervangen door rookmelders die aan elkaar zijn gekoppeld. De NVBR is van mening dat deze keuze van het ministerie leidt tot een lager veiligheidsniveau. Scherjon: "Daarom hebben we gepleit om het huidige voorschrift voor deze situaties aan te houden".
Ook heeft de NVBR geconstateerd dat de noodzaak van ontruimingsplannen en -oefeningen uit het Bouwbesluit is gehaald. De noodzaak hiertoe zou op basis van een inventarisatie moeten blijken, die wettelijk verankerd wordt in een ander Besluit, het Besluit Basishulpverlening. "Dat Besluit is echter nog niet gereed zodra het Bouwbesluit in werking treedt. Dus dan is hierover een bepaalde periode niets geregeld," aldus Scherjon. "Daarom heeft de NVBR geadviseerd om op korte termijn te laten onderzoeken hoe deze tijdelijke leemte opgevangen kan worden." 

Bron: 
nvbr.nl