Dwangsom voor risicobedrijf

Gemiddeld een keer of zes per jaar dreigt de provincie risicobedrijven in Zeeland met een dwangsom omdat ze hun zaakjes niet voor elkaar hebben.

Sinds 2006 is vier keer een dwangsom opgelegd en één keer moest die ook worden betaald.
Een en ander blijkt uit informatie van de provincie over het toezicht op bedrijven met risico op zware ongevallen die verplicht zijn een veiligheidsrapport op te stellen.

Vooral in 2006 is veel bedrijven de wacht aangezegd. Eastman (twee keer), Sea Way, Yara, Oiltanking, Total, Vopak, ICL-IP, Thermphos, Arkema en Dow kregen dat jaar een waarschuwing met het vooruitzicht op een dwangsom als geconstateerde gebreken niet zouden worden verbeterd. Na dat jaar daalde het aantal waarschuwingen: vier in 2007, zeven in 2008, zes in 2009 en vijf in 2010 (Vesta, Rosier, Vopak en Thermphos).

Al die waarschuwingen hadden in de meeste gevallen het gewenste resultaat. De afgelopen vijf jaar is vier keer een dwangsom opgelegd: twee keer in 2006 aan de tankopslagbedrijven Vesta (voorheen Mercuria en daarvoor Petroplus aan de Buitenhaven in Vlissingen) en Vopak in Vlissingen-Oost en twee keer in 2010 aan fosforfabriek Thermphos in Vlissingen-Oost.

De provincie had bij Vesta vijf jaar geleden zeven gebreken geconstateerd. Voor drie ervan heeft het bedrijf uiteindelijk de dwangsom van 1000 euro moeten betalen. Vesta is de enige onderneming die dat sinds 2006 is overkomen.

De dwangsommen die Thermphos vorig jaar kreeg opgelegd hadden betrekking op het noodplan (tien gebreken) en negen andere overtredingen.

De risico-bedrijven melden samen jaarlijks gemiddeld 147 incidenten, waarbij wordt afgeweken van normale bedrijfsactiviteiten. De kerncentrale valt niet onder het besluit risico's zware ongevallen, maar onder de Kernenergiewet.