Het snelle interventievoertuig

Het snelle interventie voertuig (SIV) is in opkomst bij de Nederlandse brandweer. Het uitrukken in een licht voertuig met weinig mensen leidt (althans op papier) tot het oplossen van veel problemen.

Laten we een aantal daarvan eens op een rijtje zetten:

  • een zeer groot percentage van de “branden” kan worden “bestreden” met veel minder dan de standaard 6 man op de tankautospuit,
  • dat scheelt in de kosten voor materieel en personeel,
  • we kunnen met deze voertuigen beter aan de afgesproken opkomsttijden voldoen.

Deze redeneringen zijn op zich verkeerd omdat er geen goede filosofie aan ten grondslag ligt. Uiteraard heb ik in mijn bijna 20 jarige brandweerloopbaan kunnen vaststellen dat voor het merendeel van de incidenten 2 of 4 man hadden volstaan. De vraag is echter of de woorden “brand” en “bestrijden” voor deze incidenten op zijn plaats zijn.

Over opkomsttijd als op zichzelf staand doel schreef ik al eerder.

Is een automatisch brandalarm vanuit een object dat bekend staat om zijn vele loze meldingen brandbestrijding of niet? Is het verhelpen van een liftinsluiting een taak in het kader van het voorkomen, beperken of bestrijden van brand of ongevallen? Is het blussen van een autobrand op een afgelegen plaats of een klein bermbrandje een essentiële en spoedeisende taak van de brandweer?

Nee, dat is het opvegen van de “kruimels”, volgens mij doe je dat pas als je de hoofdzaken goed geregeld hebt.

Het werkelijke probleem zit een laag dieper: de meest kritische inzetten zijn branden in woongebouwen, slaapgebouwen en in bepaalde takken van industrie. Ook naar dit soort branden rijden wij op dit moment met een 6 mans bezetting. Onze inzetprocedures zijn afgestemd op ploegen van 6 man en als het nodig is krijgen we met enige tijdvertraging meer van hetzelfde.

De huidige doctrine voor gebouwbranden gaat geheel uit van deze bezetting.

Uit (internationaal) onderzoek blijkt al langere tijd dat voor een succesvolle inzet bij woningbranden een personeelssterkte van 14 tot 15 personen nodig is, die ongeveer tegelijkertijd bij het object moeten aankomen. Deze 15 mensen moeten een op elkaar afgestemd takenpakket hebben dat bestaat uit verkenning, redding / blussing, ventilatie, een veiligheidsploeg, watervoorziening en coördinatie.

Amerikaanse inzichten stellen dat deze ploegen (inclusief een officier van dienst) ter plaatse moeten zijn 9 minuten na de melding (bron: NFPA 1710, NFPA Journal april 2011).

Deze ploegen kunnen alleen effectief en veilig werken als de taken van alle ploegleden op elkaar afgestemd zijn, en als het samenwerken geregeld geoefend wordt. Er zijn wel een aantal bewegingen gaande om eens wat beter naar de inzetprocedures te kijken (o.a. het cursusprogramma brandbestrijding van de brandweeracademie). We constateren echter dat de huidige inzetprocedures niet gericht zijn op het inzetten van de slagkracht van op elkaar ingespeelde ploegen.

Terug naar het probleem: De kerntaak van de repressieve brandweer ligt bij het bestrijden van brand, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand (en al wat daarmee verband houdt).

De doelen zijn het beschermen van mensen, dieren en goederen, in niet onbelangrijke mate zal bescherming van het milieu ook een rol moeten spelen.

Daarvoor zijn twee grondprincipes aan te geven die de kans op succes in hoge mate beïnvloeden:

  • je moet er snel bij zijn,
  • je moet met voldoende slagkracht en coördinatie optreden.

De uitdaging voor de repressieve brandweer is om dit op een veilige manier te doen. De maatschappij zal op termijn niet meer accepteren dat het zorgen voor de eigen veiligheid betekent dat de brandweer niets doet, en de zaak (al dan niet “gecontroleerd”) laat afbranden.

Om genoemde kerntaak goed en veilig te kunnen invullen moeten de incidenten die daarom vragen dus bestreden worden met 15 of meer mensen, die op tijd bij de brand moeten aankomen en gecoördineerd moeten inzetten. Dat is de focus die brandweer Nederland zou moeten hebben.

 

Het opvegen van de “kruimels” is daarbij van ondergeschikt belang. Begrijpelijk dat er in een bezuinigingsdiscussie gegrepen wordt naar het wapen van de statistiek (meer dan 90% van de incidenten te bestrijden met 2 man), verstandig lijkt dat echter niet.

 

Overigens is de Amerikaanse praktijk dat veel met 4 mans bezettingen gewerkt wordt, dit betekent dat dan meerdere voertuigen aanrijden naar een incident, en dus een fijn verdichte spreiding van kazernes nodig is.

 

Wij lijken in Nederland nu massaal de huidige kazernespreiding de nek om te draaien, onder het motto bezuiniging. Niet doen, éérst de basis uitruksterkte goed regelen en dan pas de kruimels opvegen.

Bron: 
brandveilig.com