IOOV: Stand van rampenbestrijding

Vandaag organiseerde de Inspectie OOV de eerste van drie stadionsessies in het kader van het onderzoeksprogramma Rampenbestrijding op Orde. De Inspectie wil tijdens deze sessies de regio’s in de gelegenheid stellen om op interactieve wijze ervaringen, leermomenten, problemen en oplossingen met elkaar uit te wisselen.

De middag startte met een korte presentatie over de resultaten van de RADAR-oefeningen. Met deze oefeningen is getoetst of de 25 veiligheidsregio's voldoen aan de basisvereisten die met de nieuwe Wet Veiligheidsregio's per 1 oktober 2010 van kracht zullen worden. Groningen beet op 18 oktober 2006 het spits af, Drenthe was op 29 september 2009 als laatste aan de beurt. In drie jaar tijd zijn deze toetsen met wisselend succes ondergaan. Sommige regio's waren van mening dat ze alleen getoetst zouden mogen worden op de figerende regelgeving en niet op toekomstige regelgeving. Andere regio's stelden het juist op prijs om te worden getoetst op toekomstige regelgeving, zodat ze wisten waar ze nog aan moesten werken.
Mijn interesse in de sessie ging vooral uit naar de gemeentelijke processen. De processen als voorlichting, opvang en verzorging en registratie werden op verschillende punten beoordeeld. Onder meer werden de regio's langs de meetlat gelegd ten aanzien van de opkomsttijden. Daarbij gaat het om de vraag hoe snel iemand ter plaatse is nadat de pieper bij hem of haar is overgegaan. De IOOV constateerde dat een groot aantal regio’s niet voldeed aan de voorgeschreven opkomsttijden.  
Als je deze maatstaf op je laat inwerken, wordt duidelijk dat deze niet overeenstemt met de dagelijkse gang van zaken. Na een alarmerend telefoontje zal een burgemeester zich uiteraard naar het gemeentehuis spoeden. Maar op weg daar naartoe zal hij/zij ongetwijfeld even bellen met een commandant, een districtschef of zijn voorlichter. Hij is zogezegd al bezig om zich een beeld te vormen op weg naar het gemeentehuis. De voorlichter zal op de rand van het bed de blackberry checken, checkt op de iPhone de laatste Twitterberichten, zal de voorlichterspool alarmeren en zich vervolgens al bellend naar het gemeentehuis vervoegen. Er zijn zogezegd al een hele trits aan acties uitgevoerd, voordat burgemeester, voorlichter en andere gemeentelijke functionarissen over de drempel van het gemeentehuis stappen. Terwijl dat het tijdstip is dat door de Inspectie als maatstaf is genomen.
Het voorbeeld van de opkomsttijd is slechts een van de vele aandachtspunten in het rapport. Maar het is goed om te realiseren dat de wereld volop in beweging is en de crisisbeheersing meebeweegt. Twitter bestond nog niet op het moment van de eerste oefening in Groningen. Terwijl het anno 2010 niet meer is weg te denken als middel in de gemeentelijke crisiscommunicatie. Zo snel kan het gaan. Met die wetenschap in het achterhoofd is het te hopen dat de IOOV in komende beoordelingen ook de eigen kaders blijft actualiseren. Anders is de kans groot dat we tot het einde der tijden worden beoordeeld op verouderde concepten als fysieke aanwezigheid, vergaderklokken en de persconferentie als hoogst haalbare communicatiedoel van de oefening. Terwijl het vooral zou moeten gaan om de output die de gemeentelijke organisatie, los van alle procedures en afspraken, kan leveren op de momenten die ertoe doen.

Bron: 
Nederlands Gemeenschap van Burgemeesters