Lijst routeplichtige gevaarlijke stoffen niet uitgebreid

Onlangs nam EVO kennis van door het ministerie van Verkeer en Waterstaat voorgenomen wijziging van de aanvullende voorschriften voor het Nederlands grondgebied (bijlage 2 van de VLG) die tegelijkertijd met de nieuwe voorschriften van het ADR zouden moeten worden opgenomen in de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen (VLG).

EVO voorzag dat deze voorstellen zouden leiden tot zeer onwenselijke situaties voor Nederlandse bedrijfsleven, vervoerders en verladers, betrokken bij het tankvervoer van gassen vallend onder classificatie 2A, 2O, 3A en 3O die sinds 1 januari 2009 zijn ingedeeld onder tunnelcategorie C.
De voorgenomen koppeling van routeplichtige stoffen met de nieuwe tunnelcategorie C zou er namelijk toe hebben geleid dat bij gemeenten die een route gevaarlijke stoffen hebben ingesteld, een enorme lastendruk zou zijn ontstaan.
Het bedrijfsleven zou, in overleg met leveranciers, afnemers en de gemeente en vaak ook (regionale) brandweer ontheffingen hebben moeten gaan aanvragen voor elk product en elk laad- en loslocatie. Een intensief proces van periodieke aanvragen (soms zelfs elk jaar), beoordeling, afgifte, bewaking van expiratiedata, arbeidskosten en leges op de koop toe.
EVO heeft dit dreigende probleem aangekaart bij de Commissie Transport Gevaarlijke Goederen, waarvan EVO lid is, en vanuit die hoedanigheid een brief gestuurd aan het ministerie waarin de grieven werden toegelicht.
Na een zeer snel en positief verlopen overleg met het ministerie zijn ook daar onze bezwaren nogmaals kenbaar gemaakt. Het ministerie, dat deze specifieke gevolgen zo snel niet had voorzien, heeft besloten voorlopig de lijst niet uit te breiden. Daar is EVO vanzelfsprekend zeer tevreden over.

Bron: 
EVO